Voorrangsregels op het water: de 5 belangrijkste op een rij

Voorrangsregels op het water: de 5 belangrijkste op een rij

Varen op het water in Nederland is heerlijk. Lekker sportief bezig zijn of genieten van het vakantie gevoel. Daarnaast hebben veel mensen hun beroep op het water en groot en zwaar zijn, waardoor ze beperkt zijn in hun manoeuvreerbaarheid ten opzichte van de recreatievaart. Om alles op de druk bevaren vaarwegen veilig te laten verlopen zijn er voorrangsregels op het water beschreven in onder andere het BPR en RPR. Iedereen moet zich aan deze regels houden of je nou roeit met een kajak of zeilt met een surfplank.

Voorrangsregels

Waarmee en waar je vaart maakt verschil voor de noodzakelijkheid van regels. Ga je met een bootje op een druk bevaren rivier varen kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan wanneer je niet aan de vaarregels houdt. Daarentegen varen op een rustige plas zul je niet veel regels nodig hebben. De 5 belangrijkste voorrangsregels voor op het water vind je hier op een rij.

1. Goed zeemanschap

Het allerbelangrijkste is goed zeemanschap wat betekent dat je altijd een aanvaring moet proberen te voorkomen. Met andere woorden: Je moet wijken indien je geen voorrang krijgt ook al hoort de ander je wel voorrang te verlenen.

2. Klein wijkt voor groot (meestal)

Ga niet voor een groot schip langs. Een groot schip hebben vaak een grote dode hoek (waar de schipper je niet kan zien) en kunnen beperkt manoeuvreren. De volgende schepen zijn groot:

  • schip langer dan 20 meter
  • een passagiersschip (bij kleiner dan 20 meter voert deze een gele ruit)
  • een vissersschip wat vist (voert een zwarte diabool)
  • pont

3. Stuurboordwal

Een schip welke stuurboordwal aanhoudt gaan voor. Stuurboordwal kan een oever of kade zijn alsook de rode of groene tonnen lijn van een vaargeul.

4. Motor wijkt voor spier wijkt voor zeil

Motorschepen moeten wijken voor door spierkracht aangedreven vaartuigen, zoals kano’s/roeiboten en deze moeten weer wijken voor zeilschepen.

5. Schepen van gelijke soort

Voor schepen van gelijke soort (zeilschip-zeilschip) gelden specifieke regels

  • Zeilschepen onderling
    1. Stuurboord wijkt voor bakboord
      Het zeilschip dat het zeil over stuurboord heeft moet wijken voor het zeilschip dat het zeil of bakboord heeft.
    2. Loef wijkt voor lij
      Wanneer beide zeilschepen het zeil of dezelfde boeg hebben moet het loefwaartse zeilschip (het zeilschip wat ten opzichte van het andere zeilschip als eerste de wind heeft) wijken voor het lijwaartse zeilschip.
  • Motorschepen onderling
    1. Bij kruisende koers gaat stuurboord voor
    2. Bij tegengestelde koers wijken beide uit naar stuurboord

(6. Groot snelvarend schip)

Een groot snelvarend schip behoort te wijken voor andere schepen. Dit is de theorie. Persoonlijk wijk ik liever voor deze schepen, wat goed is aan te geven via de VHF of een duidelijke koerswijziging.

Hier kun je vaarregels vinden, die er naast deze voorrangsregels zijn, zoals niet zomaar veranderen van koers en snelheid.

Overzicht

Wil je een verkort overzicht bij je hebben achter het roer kun je het overzicht hiernaast uitprinten. Deze overzicht is van bankpas/creditcard formaat en wanneer je deze lamineert is deze makkelijk mee te nemen.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *